• NL
Librius

In 2011 richtte Librius het Innovatie- en Ontwikkelingsfonds (IO-fonds) op. Zoals de naam van het fonds al aangeeft, heeft het een dubbel doel: innovatie in en voor de Vlaamse boekensector financieel ondersteunen (luik innovatie) en buitenlandse beheersvennootschappen de kans bieden om bij Librius expertise op te doen over het professioneel beheer van een beheersvennootschap (luik ontwikkeling). 

Het IO-fonds: innovatie voor Vlaanderen, expertise voor de wereld

img_visual_lightLibrius staat middenin het Vlaamse boekenvak en heeft een nauwe band met de sectorvereniging Boek.be, hoewel het er juridisch volkomen onafhankelijk van functioneert. Librius ziet het dan ook als haar opdracht - naast haar kernopdracht om reprografie- en leenrechtvergoedingen te beheren voor haar leden - om innovatie in en voor de Vlaamse boekensector actief te ondersteunen. De boekensector is immers een sector in volle (digitale) evolutie, zodat volop moet worden ingezet op innovatieve projecten. Dat is niet alleen goed voor de Vlaamse boekensector maar, ruimer, ook voor de Vlaamse creatieve industrie en bij uitbreiding voor een moderne Vlaamse kenniseconomie. Daar worden we met zijn allen beter van.

Tegelijk staart Librius zich niet blind op de eigen navel en beseft het dat de wereld groter is dan de eigen kerktoren. Naast haar   internationale (net)werking wil Librius daarom beheersvennootschappen en 'RRO's' (' Reproduction Rights Organizations': centrale beheersvennootschappen zoals Reprobel) uit minder ontwikkelde landen actief ondersteunen om expertise op te doen over hoe een beheersvennootschap professioneel kan worden beheerd, volgens nationaal en internationaal aanvaarde best practices. Dat kan bv. door  fact finding -missies in België maar evengoed door het uitsturen van een Librius-medewerker ter plaatse. 

De verhouding tussen innovatie en ontwikkeling in de besteding van de middelen van het fonds is vastgelegd op 85% innovatie en 15% ontwikkeling. 

Meer informatie over het IO-fonds vindt u in het Huishoudelijke Reglement, dat door de Raad van Bestuur werd goedgekeurd op 6 december 2012.

 

Welke projecten ondersteunt het fonds?

Om buitenlandse beheersvennootschappen te ondersteunen (ontwikkeling) heeft het fonds een waaier aan steunmaatregelen ter beschikking: ondersteuning van fact-finding missies (met een plafond van € 5.000 per missie), werkbeurzen voor medewerkers (met een plafond van € 7.500 per beurs en een maximale verblijfsperiode van 30 dagen) en ondersteuning van studiedagen, presentaties en dergelijke (met een plafond van € 2.500 per evenement). 

Om innovatie in en voor het Vlaamse boekenvak te ondersteunen, wordt in de eerste plaats gewerkt met projectfinanciering. De omvang van die financiering is niet geplafonneerd, maar er wordt evident wel rekening gehouden met de specifieke aard en het innovatieve karakter van het project én met de draagkracht en het rollend karakter van het fonds.Daarnaast ondersteunt het fonds ook werkbeurzen en studiedagen (zelfde plafonds en limieten als in het ontwikkelingsluik) met een innovatieve focus en fundamenteel of toegepast  wetenschappelijk onderzoek naar innovatie in of voor de boekensector (met een plafond van € 10.000 per onderzoekstraject).

 

Hoe wordt het fonds gefinancierd?

Wettelijk mag Librius tot 10% van de gelden die ze ontvangt uit reprografie en openbaar leenrecht besteden aan de werking van het fonds. In 2011 en 2012 zal ze dat ook effectief doen. Daarnaast bestemt Librius ook gelden voor het fonds die ze van Reprobel ontvangt (in het bijzonder vergoedingen bestemd voor het buitenland die daar geen bestemming hebben gevonden) en die niet definitief aan de leden van Librius kunnen worden uitgekeerd.

De bestemming van middelen voor het fonds - een bijzondere bevoegdheid van de Algemene Vergadering - wordt nader geregeld in de Auteurswet (art. 66sexies, § 1, en art. 69) en in de Statuten van Librius (art. 41). Die laatste vindt u door te klikken op ' Documenten' in de horizontale navigatie bovenaan.

 

Projectaanvragen

Projectaanvragen kunnen worden bij Librius door gebruik te maken van het daartoe voorziene template en door deze per mail te zenden via de contactknop onderaan de pagina die gepaard moet gaan met een aangetekende brief brief aan de vennootschap, ter attentie van de Gedelegeerd Bestuurder, in beide gevallen met als referentie ' projectaanvraag IO-fonds'. 

Jaarlijks zijn er twee projectrondes. Dossier kunnen worden ingediend op 3 april en 3 november 2015.
De Stuurgroep (zie hieronder) kan beslissen de indiener te horen alvorens een advies over de aanvraag te verlenen.

De projectindiener moet zich ertoe verbinden om, bij elke externe rapportering of publicatie over het project, de volgende vermelding op te nemen (in het Nederlands, het Engels of de taal van de aanvrager): “ Dit project kwam tot stand met de financiële steun van het Innovatie- en Ontwikkelingsfonds (IO-fonds) van Librius, de beheersvennootschap van de Vlaamse Boekuitgevers ”, met weergave van het logo van de vennootschap.

 

Beoordeling en toewijzing van fondsbedragen

Projectaanvragen worden in de eerste plaats beoordeeld door een gemengde Stuurgroep , die aan de Raad van Bestuur advies uitbrengt over de aanvragen. Het is echter de Raad van Bestuur die finaal beslist over de projectaanvraag. In uitzonderlijke of dringende gevallen kan de Raad van Bestuur beslissen zonder voorafgaand advies van de Stuurgroep. De beslissing van de Raad van Bestuur wordt, samen met het advies van de Stuurgroep, binnen de twee weken aan de projectaanvrager toegezonden. 

Ontwikkelingsprojecten worden getoetst aan hun bijdrage aan de ontwikkeling van de buitenlandse beheersvennootschap, haar representativiteit of vergunning en de beroepskwalificaties van de betrokken medewerkers. Innovatieve projecten van hun kant, worden getoetst aan hun relevantie voor de boekenketen (van auteur tot lezer), hun haalbaarheid en hun innovatief karakter. 

De Stuurgroep geeft ofwel een positief of een negatief advies, dan wel een advies onder voorbehoud. Hij geeft bovendien een advies over het bedrag, de modaliteiten en de wijze van (voor)financiering van het project. De voorfinanciering is in de regel beperkt tot 60% van de projectkost. Specifiek voor innovatieve projectfinanciering is dat het project volledig of gedeeltelijk (75%, 50% of 25%) kan worden gefinancierd, in functie van het innovatieve karakter en de omvang van het project, de financiële draagkracht van de indiener, het te verwachten commerciële rendement of andere parameters.

 

Rapportering door de aanvrager

Bij ondersteuning van fact -finding missies, werkbeurzen en innovatieve projectfinanciering is de projectaanvrager verplicht om binnen de drie maand na afloop van het project of het evenement een omstandig verslag over te maken aan de Gedelegeerd Bestuurder, via mail én per aangetekende brief. Dat verslag moet het verloop en de resultaten van het project schetsen, evenals de mate waarin de beoordelingscriteria naar zijn oordeel zijn vervuld. Ook hier moet gebruik worden gemaakt van de daartoe voorziene template.

Bij ondersteuning van wetenschappelijke onderzoeksprojecten is tevens een omstandig eindrapport vereist. Bovendien moet de aanvrager aan Librius en aan Boek.be en haar ledenverenigingen een niet-exclusieve licentie verlenen zodat zij de resultaten van het onderzoek kunnen gebruiken en bekend maken voor hun eigen werking. 

 

Templates