• NL
Librius

Een beheersvennootschap goed en professioneel laten werken, kost natuurlijk geld. Het grootste deel van het werkingsbudget van Librius gaat op aan personeelskosten, consultancy-, bijstands- en verplaatsingskosten en toekomstgerichte investeringen (zoals Libra en de bestrijding van het illegale boekenaanbod online). Librius probeert consequent om zo kostenefficiënt mogelijk te werken. Geen toeters en bellen maar met een sterke focus op waar het echt om draait: de ontvangen vergoedingen uit collectieve auteursrechten transparant, snel en via objectieve en billijke verdeelsleutels verdelen onder en uitkeren aan haar leden. 

Ingehouden vs. werkelijke kosten

De werking van Librius wordt voor het overgrote deel gefinancierd door een voorafname van haar werkingskosten op de collectieve vergoedingen uit auteursrecht die de vennootschap ontvangt van Reprobel. Die voorafname is forfaitair vastgesteld op 12% van de ontvangen rechten.

Op het einde van elk boekjaar worden de voorafgenomen kosten echter verrekend met de reële werkingskost van de vennootschap. Het saldo wordt, onder de vorm van een boekhoudkundige repartitie , verdeeld onder de leden. Dat gebeurt op basis van hun globale aandeel in de verdeelde vergoedingen van het verstreken boekjaar, dus niet (of althans niet rechtstreeks) op titel- of omzetbasis zoals bij de normale verdelingen.
 

Aansluitingsbijdrage

Om lid te worden van Librius betaalt een uitgever een eenmalige Aansluitingsbijdrage van € 500, BTW. exclusief.
Aangezien Librius een tachtigtal Vlaamse uitgevers vertegenwoordigt, vormen deze beide bijdragen maar een klein deel van haar inkomsten. 

Ieder lid kan ook inschrijven op een aandeel (nominale waarde: € 25) maar dit is niet verplicht. 

Nadere informatie over het lidmaatschap en de lidmaatschapsbijdrage(n) vindt u in het Huishoudelijk Reglement van Librius, dat u makkelijk terugvindt door te klikken op ' Documenten' in de horizontale navigatie bovenaan.

Exclusief rechtenbeheer

Het exclusieve rechtenbeheer door Librius zal deels door de leden worden gefinancierd (op mandaatbasis) maar zal, zeker in de opstartfase van projecten, financieel mee worden ondersteund door het Innovatie- en Ontwikkelingsfonds (IO-fonds) van de vennootschap. Dat is bv. nu al het geval met de anti-piracy dienstverlening. De filosofie is duidelijk: nieuwe projecten moeten eerst hun deugdelijkheid bewijzen vooraleer ze betalend worden voor de leden.